Bobbi gaat voor het eerst voetballen bij een club. Hij trekt zijn voetbalshirt, broekje en schoenen aan en gaat samen met andere kinderen naar het voetbalveld. Daar leren ze van de trainer hoe je de bal moet passen, dribbelen en schieten.
Tijdens de training spelen de kinderen een wedstrijdje. Bobbi rent achter de bal aan, probeert te scoren en werkt samen met zijn teamgenootjes. Soms gaat het goed, soms niet, maar iedereen doet zijn best.
Aan het einde van de training zijn de kinderen moe maar blij. Bobbi heeft het heel leuk gevonden en kijkt ernaar uit om nog vaker te gaan voetballen met zijn vriendjes. Het verhaal laat zien hoe leuk sporten en samen spelen kan zijn.



