Bobbi wordt boos wanneer dingen niet gaan zoals hij wil. Hij moppert, stampt met zijn voeten en laat duidelijk merken dat hij het ergens niet mee eens is.
Mama en papa helpen Bobbi om te begrijpen wat boos zijn betekent. Ze leggen uit dat iedereen wel eens boos wordt, maar dat het belangrijk is om rustig te worden en erover te praten.
Langzaam kalmeert Bobbi weer. Hij leert dat boos zijn mag, maar dat het helpt om even tot rust te komen en daarna weer samen verder te spelen. Het verhaal laat kinderen zien hoe je met gevoelens zoals boosheid kunt omgaan.



